Colums Vouwenplaza - Uitvaartdeskundige

Als iemand tegenwoordig geen coach of trainer is, is hij op z’n minst wel een deskundige… Enige tijd geleden had ik een gedenkwaardige ervaring met een deskundige, een uitvaartdeskundige.

Ik was benaderd door een alleraardigst en uitermate erudiet homostel om viool te spelen tijdens de crematie van hun ‘ome Henk’, Henk van Weick. Ome Henk was de peetvader van een van de twee heren. Geen direct familielid dus.
Ik had een gemengd gevoel bij hun verzoek, omdat de wensen die er aan mij als violiste gesteld werden, op z’n zachtst gezegd ongebruikelijk waren (een uitvaart is ook maatwerk tenslotte). Ik zou bijvoorbeeld moeten meespelen met de cd van Schindler’s List, maar wel heel hard, want ondertussen zou de kist krakend en piepend in de grond zakken. Verder was er sprake van een vreemde speellijst, waarop stond dat de violiste na die en die toespraak, dat en dat stuk zou spelen en daarna weer zedig notabene vlak naast de kist zou gaan zitten.

Op de dag van de crematie haalde ik op de snelweg (toeterend) de auto van het homostel in: het stel hing joelend en zwaaiend uit de ramen van een knalgele mini met walmende olielampen erin.

Op de plek van de plechtigheid kwam een somber sloffende, (net iets te) droevig kijkende  vrouw zich voorstellen als zijnde de uitvaartdeskundige die de uitvaartplechtigheid in goede banen zou leiden.
Ze liep langzaam, zuchtend voor de lijkwagen uit, met een geoefende gepijnigde blik, terwijl ze met een schuin oog nog even snel van een papiertje de laatste gegevens over ome Henk doornam.
Het homostel zette ondertussen de rekwisieten klaar, installeerde de PowerPointpresentatie enzovoort voor de plechtigheid, terwijl ze zich onderspoten met een indrukwekkende hoeveelheid parfum en deodorant. Het zaaltje zag er uiteindelijk best gezellig uit, in de sfeer van een creatief buurthuis in paarse en oranje tinten.
Ik kreeg een paar laatste aanwijzingen en werd verzocht vlak naast de kist te gaan zitten. De aanwezigen die de laatste eer aan ome Henk wilden betuigen, mochten binnenkomen en de plechtigheid kon beginnen. Zwetend en superzenuwachtig zat het homostel uiteindelijk in de banken, samen met negen andere aanwezigen. Niet een hele grote opkomst.

Op het moment dat de kist naar binnen gereden zou worden, gaf de uitvaartdeskundige een seintje aan een man links achter in de hoek. Deze had de taak om de plechtigheid laten beginnen met de sfeervolle muziek van Tschaikowsky; de man was echter even niet bij de les en daar schalde een gezellig nummer van André Hazes keihard door de zaal. Met veel gerommel en gedoe werd in allerijl de juiste cd in de speler geplaatst. Ondertussen schoof de uitvaartdeskundige, met het mij inmiddels vertrouwde gênante verdriet op haar gezicht en haar sjokkende gang, de kist naar voren; toen ze mij passeerde, onderbrak een snoertje op de vloer haar sjok, ze struikelde en viel voorover richting de kist … ik kon haar nog net vastpakken en daarmee de op een uitvaart meest pijnlijke situatie voorkomen.

Snel herstelde ze zich en begon na luid keelgeschraap en gesnuif en heen en weer gehannes met zakdoeken de uitvaartplechtigheid. ‘Dames en heren,’ (er zaten geen dames in de zaal, behalve zij en ik), ‘we zijn hier vandaag bijeengekomen om afscheid te nemen van Henk Bakker. Eh …pardon, eh eh ja sorry …eh, Henk de Vries. Euhh ..’ (haastig haalde ze het papiertje uit haar jaszak waarop de naam van ome Henk stond), ‘van Henk van Weick.’
Als uitvaartdeskundige moet je maar één ding onthouden kunnen onthouden, en dat is natuurlijk de naam van de overledene, zou je zeggen… toch?

Ik probeerde ondertussen mijn Drentse stalen-hunebed-hoofd te trekken, dacht nog even dat ik in Banana Split zat en probeerde uit alle macht niet naar het zwetende homostel te kijken.
Daarna volgden de toespraken en tussendoor speelde ik. Ik verwachtte liefdevolle woorden over ome Henk, maar van enige affectie was hier geen sprake! Ik dacht nog dat ik het niet goed hoorde: ‘Henk, we hebben je altijd gehaat’, ‘Je was een klootzak, je hebt mijn wijf geneukt’, ‘Je hebt de zaak altijd belazerd.’ Niemand die ook maar iets zei over dat ie zo goed kon sjoelen of zo. Iedereen die nog een appeltje te schillen had met ome Henk, haalde zijn gram bij de kist. Ome Henk was een afschuwelijke man geweest en ook flink fout zowel in het Jappenkamp als tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dat wilden de sprekers niet ongenoemd laten.
En de uitvaartdeskundige stond erbij en luisterde ernaar.

Uiteindelijk zakte de kist met luid gepiep en gekraak naar beneden en ik speelde zo hard als ik kon Schindler’s List mee met de cd … merkwaardige muziekkeuze, gezien de achtergrond van ome Henk…maar Allah.

Toen iedereen weg was, zoefde de kist weer omhoog, geruisloos en razendsnel, kwam er een soort brancard met wielen eronder, de kist erop, een deurtje (tot dan toe verscholen achter de paars met oranje muur en het schilderij met witte lelies) vloog open, de kist met wielen in no time het deurtje door (erachter stonden al andere kisten te wachten), deurtje weer dicht, waarna de uitvaartdeskundige ineens heel deskundig riep: ‘Next!’
Toen kwamen natuurlijk de heer Bakker en de heer De Vries.
Ook voor een uitvaart op maat waarschijnlijk.